Geef het op. Het is niks voor jou.

Ik was elf jaar en zou de Moonlight Sonate van Beethoven spelen voor een groot publiek in het casino van Knokke. Van mijn pianolerares moest ik het uit het hoofd spelen, zonder partituur.
Mijn overgrootmoeder, Flore Levine, was een bekende concertpianiste geweest. Ze was professor aan het conservatorium van Antwerpen en ze toerde de hele wereld rond. Via haar moet ik het pianotalent meegekregen hebben en ik zou het verschoppen. Dat was althans het plan.
Halverwege mijn optreden in Knokke schoot een gedachte door mijn hoofd: wat zou er gebeuren moest ik nu een black-out hebben?
Dat was genoeg. Het licht ging uit. Ik wist het niet meer. Het kwam ook niet meer terug.
Ik hoorde mensen schuifelen. Gekuch. Mijn lerares kwam het podium op met mijn partituur, zette het voor mijn neus en bleef naast me zitten. Het waren de langste seconden uit mijn leven. Ik speelde het stuk verder op automatische piloot en stormde van het podium.
Op de receptie nadien kwam ik de directeur van de muziekacademie tegen. Hij keek me aan en zei: "Jan, geef het op. Het is niks voor jou."
Ik was 11.
Soms vraag ik me af wat er zou gebeurd zijn als hij had gezegd: "Goed gespeeld. Trek je niks aan van die black-out. We maken het allemaal mee. Kijk wat je eruit kunt leren."
Maar dat zei hij niet.
En dus kreeg ik een missie. Niet: leren vallen. Wel: bewijzen dat ik niet gevallen was. Ik ga iedereen laten zien wat ik kan.
Dat patroon heeft me jarenlang gedragen. En het heeft me jarenlang in de weg gezeten. Soms nog, daar ben ik heel eerlijk in.
"Op uw smoel gaan op een bierbak"
Recent later hoorde ik Jelle Cleymans iets zeggen dat precies dit benoemt. In Welcome to the AA vertelt hij over wat hij zelf het grootste gemis in zijn carrière noemt.
Hij begon met Spring meteen met tien keer de Elizabethzaal vol. Geen bierbakken. Geen kleine zaaltjes waar je op je smoel gaat en een maand later opnieuw probeert.
"Eigenlijk is dat niet zo gezond," zegt hij. "Dat was geen keuze. Dat gebeurde gewoon. Maar eigenlijk is het beter om eerst eventjes op uw smoel te gaan op een bierbak en er terug op te gaan staan. Zo word je sterker."
En hij vertelt hoe Jonas Van Geel hem confronteerde: "Ik zie aan u dat gij niet gewend zijt om op uw smikkel te gaan. En dat iemand u de vraag stelt: wil je dit echt? Zit het erin? Wil je er genoeg voor werken en voor vechten?"
Jelle had het over muziek. Maar hij had het net zo goed over leiderschap kunnen hebben.
Bewijzen in plaats van vallen
Want dit is wat ik elke week zie bij de mensen die ik mag coachen. En eerlijk - ook bij mezelf.
Ze zijn stuk voor stuk oplossingsgericht. Snel schakelen. Doorduwen. Fixen. Het is hoe ze zo ver geraakt zijn. Vaak is het ook een overlevingsmechanisme. Net als bij mij op dat podium in Knokke: niet vallen, maar bewijzen.
Het werkt. Tot het niet meer werkt.
Want op een dag zit je vast. Echt vast. Een conflict dat escaleert. Een team dat afhaakt. Een beslissing die verkeerd uitdraait. En dan doe je wat je altijd doet: oplossen. Sneller. Harder. Door.
Maar deze keer lukt het niet. En je snapt niet waarom.
Met je hoofd kun je nog zoveel oplossingen bedenken. Je kunt nog zo hard nadenken. Maar ergens vanbinnen voel je dat het niet werkt. Dat je draait in cirkels. Dat je dezelfde beweging maakt, steeds opnieuw, steeds sneller - en steeds minder ver komt.
De machtsdriehoek - of waar het dus vastloopt
In de psychologie kennen we de machtsdriehoek. Een model met drie posities die we allemaal kennen - al noemen we ze zelden bij naam.
- De onmacht. Het gevoel dat je er niets aan kunt doen. Dat het je overkomt. Dat je geen oplossing hebt. Machteloosheid, angst, verlamming.
- De almacht. "Ik zal het wel weer oplossen." Jij neemt het over. Jij draagt het wel. "Zonder mijn leiding gaat alles mis." Desnoods ten koste van jezelf.
- De machtstrijd. Wie heeft dit laten gebeuren? Waarom werkt dit niet? Het moet anders. Nu. De ander is het probleem.
De meeste leiders die ik begeleid hebben een enorme allergie voor de onmacht. Ze willen daar niet zijn. Ze associëren het met zwakte, met stilstaan, met passiviteit. Met slachtofferschap.
Maar onmacht is niet hetzelfde als slachtofferschap.
Onmacht is: ik heb even geen oplossing. En dat voelen ze wél. Elke week. Ze zeggen het alleen niet.
En hier zit het mechanisme dat alles in stand houdt. Elke positie in de driehoek is een manier om niet te hoeven voelen. In de almacht ben je bezig met oplossen -geen tijd om stil te staan. In de machtstrijd ben je bezig met de ander - geen ruimte om naar jezelf te kijken. En de onmacht? Die sla je over. Want daar zit de pijn.
Zolang je blijft bewegen - oplossen, beschuldigen, doorduwen - hoef je niet te voelen wat er werkelijk aan de hand is.
En dus springen leiders razendsnel van onmacht naar almacht - ik los het op. Of naar machtstrijd - wie heeft dit veroorzaakt? Alles om niet even te hoeven erkennen: dit raakt me. Ik weet het even niet. En dat doet pijn.
Je zit 's avonds op de bank. Je hoofd draait nog. Je partner vraagt hoe het was. "Goed," zeg je. Terwijl je weet dat het niet goed was. Terwijl die opmerking van je medevennoot pijn deed. Terwijl je twijfelt of je de juiste keuze hebt gemaakt. Maar je zegt "goed." Want morgen moet je weer door. Almacht.
Of je staat onder de douche en je herhaalt het gesprek in je hoofd. Wat je had moeten zeggen. Wat je niet zei. Je oordeelt. Je verwijt. Je zoekt wie de schuld draagt. Machtstrijd - maar dan tegen jezelf.
Zo blijf je ronddraaien. Van almacht naar machtstrijd en terug. Zonder ooit te landen. Zonder ooit de onmacht toe te laten.
Onmacht toelaten is geen zwakte
Even de onmacht toelaten is niet hetzelfde als erin blijven hangen. Het gaat niet over passief worden. Niet over klagen. Niet over verantwoordelijkheid afschuiven.
Het gaat over eerlijk zijn. Tegen jezelf.
"Ik heb even geen oplossing. Dit is zwaar. Dit raakt me."
Dat is geen zwakte. Dat is de eerste stap naar een keuze die niet gedreven wordt door paniek of gewoonte, maar door helderheid.
De doorbraak zit niet in harder oplossen. De doorbraak zit in kwetsbaarheid tonen. In erkennen dat je het even niet weet. In de controle loslaten - niet omdat je opgeeft, maar omdat je beseft dat vasthouden je juist vasthoudt.
Wie nooit geleerd heeft om op zijn smoel te gaan, weet ook niet hoe opstaan voelt. Want opstaan begint niet bij doen. Opstaan begint bij erkennen dat je gevallen bent.
Wat ik nu anders doe
Soms denk ik nog aan die directeur in Knokke. En aan wat hij had kunnen zeggen. Ik kan het niet veranderen. Maar ik kan het wél anders doen.
Voor mezelf. En voor de leiders die nu bij mij aan tafel zitten.
Ik geef ze de ruimte om even te vallen. Om de onmacht toe te laten. Om te erkennen dat het pijn doet. Dat het zwaar is. Dat ze even geen antwoord hebben.
En dan - pas dan - kijken we samen hoe ze weer opstaan. Niet vanuit almacht. Niet vanuit machtstrijd. Maar vanuit helderheid.
Vandaag speel ik nog steeds. Piano op het werk bij Iona, keyboard op het podium met Frituur Paula. De jongen van 11 die op zijn smoel ging in Knokke, speelt nog steeds. Maar met een ander verhaal.
Op je smoel gaan is geen eindpunt. Het is het begin. Maar alleen als je het toelaat.
Wanneer ging jij voor het laatst op je smoel? En wat deed je ermee?
Hierover gaat mijn boek Sterker na de Val. Over vallen, opstaan, en alles wat daartussen zit. Over de leiders die ik begeleidde en over mijn eigen struikelmomenten. sterkernadeval.be
0 berichten
Laat een reactie achter